ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3765
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. van Vuren
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde winkelpanden en appartementen met geschil over kapitalisatiefactor
Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken, waaronder appartementen en winkelpanden, voor het jaar 2008 met waardepeildatum 1 januari 2007. Het geschil spitst zich toe op de hoogte van de kapitalisatiefactor bij de waardering van de winkelpanden, waarbij partijen het eens zijn over de huurwaarde, maar niet over de kapitalisatiefactor. Verweerder heeft verkoopprijzen van referentiepanden overgelegd, maar weigerde uit concurrentieoverwegingen de huurgegevens te verstrekken, wat de rechtbank strijdig acht met het procesbelang van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde kapitalisatiefactor juist is, mede omdat deze niet kan worden gecontroleerd zonder de huurgegevens. Voor de overige onroerende zaken, waaronder appartementen die deels casco zijn opgeleverd, is de waardering door verweerder voldoende onderbouwd en binnen de wettelijk toegestane marges. De rechtbank verlaagt de WOZ-waarden van de winkelpanden naar €400.000 en €445.000 en vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de WOZ-waarden voor twee winkelpanden wegens onvoldoende onderbouwing van de kapitalisatiefactor en stelt deze zelf vast op €400.000 en €445.000.