ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4035
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aannemelijkheid dat schade voortkomt uit tweede aanrijding bij kettingbotsing
Eiseres was betrokken bij een kettingbotsing op de A2 waarbij zij eerst tegen een voorganger botste en vervolgens van achteren werd aangereden door gedaagde sub 2. Zij vordert vergoeding van schade en immateriële schade die zij stelt te hebben geleden door de tweede botsing. De verzekeraar Zurich en gedaagde sub 2 betwisten dat de schade het gevolg is van de tweede botsing en wijzen op de eerste botsing als mogelijke oorzaak.
De rechtbank stelt vast dat de omkeringsregel niet leidt tot omkering van de bewijslast, maar slechts tot een vermoeden van causaal verband dat door de aangesproken partij kan worden weerlegd. In deze zaak is niet aannemelijk gemaakt dat de schade het gevolg is van de tweede botsing, mede omdat eiseres zelf eerst tegen de auto voor haar botste. Het rapport van de neuroloog van eiseres geeft geen uitsluitsel over de oorzaak van de klachten.
De rechtbank concludeert dat deskundigenonderzoek noodzakelijk is om de vraag naar de oorzaak van de schade te beantwoorden. Omdat dit veel tijd en kosten met zich meebrengt en partijen bereid zijn tot overleg, wordt een nieuwe comparitie gelast om het verdere procesverloop en een minnelijke regeling te bespreken. De zaak wordt aangehouden en partijen worden opgeroepen voor een zitting op 2 juni 2010.
Uitkomst: De rechtbank acht niet aannemelijk dat de schade het gevolg is van de tweede botsing en gelast een comparitie voor verdere behandeling en deskundigenonderzoek.