ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4050
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Dondorp
- E.A. Messer
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende causaal verband tussen oogartsfout en blindheid
Eiser bezocht op 13 februari 2003 en 27 mei 2003 de oogarts vanwege klachten van verminderd zien. Na een hypofysetumor met apoplexie werd hij op 27 oktober 2003 volledig blind. Eiser stelt dat de oogarts onzorgvuldig handelde door niet tijdig nader onderzoek te verrichten en de tumor niet eerder te verwijderen.
De rechtbank overweegt dat, ook als de stellingen van eiser juist zijn, het handelen van de oogarts niet in zodanig verband staat met de schade dat deze aan de fouten kan worden toegerekend. Uit het deskundigenrapport blijkt dat een eerdere ontdekking van de tumor niet automatisch had geleid tot een spoedoperatie vóór de apoplexie.
De deskundige concludeert dat het risico op apoplexie en blindheid zelden voorspelbaar is en dat een spoedoperatie meestal alleen bij apoplexie wordt overwogen. De rechtbank acht het ontbreken van een gezichtsscherptemeting mogelijk onzorgvuldig, maar niet causaal voor de blindheid.
Daarom worden de vorderingen van eiser afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank laat in het midden of de oogarts redelijk heeft gehandeld tijdens het consult van 27 mei 2003.
Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen wegens ontbreken van causaal verband tussen handelen oogarts en blindheid.