ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4065
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Nietigheid beding in algemene voorwaarden wegens strijd met dwingendrechtelijke consumentenkoopbepaling
Partijen sloten een overeenkomst waarbij Gromo B.V. een vloer leverde en legde in het woonhuis van eiser. Na oplevering kwam de vloer op diverse plaatsen omhoog. Gromo bood herstel aan, maar weigerde schadevergoeding te betalen. Partijen communiceerden hierover, waarbij Gromo verwees naar artikel 13 van Pro haar algemene voorwaarden, dat een klachtprocedure via een interne klachtencommissie voorschrijft en een termijn stelt voor het voorleggen van geschillen aan de rechter.
Eiser stelde dat dit beding in strijd is met de dwingendrechtelijke consumentenkoopbepaling van artikel 7:6 BW Pro, omdat het zijn recht op schadevergoeding beperkt. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst een consumentenkoop betreft en dat het beding in artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden nietig is wegens strijd met dwingendrechtelijk recht. Hierdoor kan Gromo zich niet beroepen op het beding en is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vordering.
In het incident werd het verzoek van Gromo tot onbevoegdverklaring afgewezen en werd Gromo veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank beval een comparitie ter nadere inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling. De procedure wordt voortgezet met een zitting waarbij partijen worden gehoord en mogelijke schikking wordt besproken.
Uitkomst: Het beding in de algemene voorwaarden is nietig wegens strijd met artikel 7:6 BW, waardoor de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vordering.