ECLI:NL:RBUTR:2010:BL4500
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.S. Koppert
- L.M.G. de Weerd
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens verkoop zwakalcoholhoudende drank door niet-slijtersbedrijf
Verdachte, een onderneming met een drogisterijfiliaal, verkocht op 30 november 2006 een fles zwak alcoholhoudende wijn in een filiaal te [vestigingsplaats]. Dit was in strijd met artikel 18 lid 1 van Pro de Drank- en Horecawet, omdat zij geen slijtersbedrijf is. De officier van justitie stelde dat dit wettig en overtuigend bewezen was.
De verdediging voerde aan dat de verkoop niet strafbaar was omdat het filiaal voldeed aan de uitzondering in artikel 18 lid 2 sub b van Pro de Drank- en Horecawet, namelijk dat het een winkel betreft met een gevarieerd assortiment aan levensmiddelen.
De rechtbank onderzocht het assortiment en concludeerde dat het filiaal een gevarieerd assortiment levensmiddelen verkocht, waaronder koffie, thee, babyvoeding, en diverse andere producten. Dit voldeed aan de wettelijke definitie van levensmiddelen en de assortimentsindeling van het Centraal Bureau Levensmiddelenbranche.
Daarom was de verkoop van de zwak alcoholhoudende drank niet strafbaar. De rechtbank verklaarde het primair ten laste gelegde bewezen, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens verkoop van zwak alcoholhoudende drank in een winkel met gevarieerd assortiment levensmiddelen.