ECLI:NL:RBUTR:2010:BL5746
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. Gerritse
- P.J.M. Mol
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Ontzetting vader uit het ouderlijk gezag na dood moeder door misdrijf
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Utrecht om de vader te ontzetten uit het ouderlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen, geboren in 2004 en 2006. Dit verzoek volgde op het overlijden van de moeder, die op 30 augustus 2009 door een misdrijf om het leven kwam. De vader wordt verdacht van dit misdrijf en verblijft in detentie.
Tijdens de zitting op 1 december 2009 werd door de raadsman van de vader betoogd dat het verzoek prematuur was vanwege lopende strafprocedures en dat er geen sprake was van slecht levensgedrag of grove verwaarlozing. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van de beschikbare gegevens vaststaat dat de vader de moeder om het leven heeft gebracht, waardoor de belangen van de kinderen ernstig zijn geschaad. De vader heeft door zijn handelen de basisveiligheid van de kinderen ontnomen en hun leefomgeving abrupt veranderd.
De rechtbank achtte ontzetting uit het ouderlijk gezag noodzakelijk in het belang van de minderjarigen. De verzoeken tot ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing werden afgewezen wegens gebrek aan belang vanaf 1 februari 2010. De Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht werd benoemd tot voogd over de kinderen. De beschikking werd op 13 januari 2010 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: De vader wordt ontzet uit het ouderlijk gezag en Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd over de minderjarige kinderen.