ECLI:NL:RBUTR:2010:BL5760
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige met afwijzing verzoek wijziging gezinsvoogdij-instelling
De rechtbank Utrecht behandelde op 16 februari 2010 een zaak over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. Bureau Jeugdzorg Utrecht had verzocht deze maatregelen met respectievelijk één jaar en zes maanden te verlengen. Tevens verzocht de vader om vervanging van de gezinsvoogdij-instelling door het Leger des Heils Jeugdbescherming.
De rechtbank constateerde dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn, mede vanwege het loyaliteitsconflict en gedragsproblemen van de minderjarige. De intensieve ambulante begeleiding wordt voortgezet en gezien het falen van vrijwillige hulpverlening acht de rechtbank de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd omdat de minderjarige zich in de huidige thuissituatie bij de moeder veilig en gehecht voelt, en de hulpverlening hier adequaat is.
Het verzoek van de vader tot vervanging van de gezinsvoogdij-instelling werd afgewezen omdat de wettelijke bepaling (artikel 1:254 lid 5 BW Pro) geen rechterlijke beslissing tot vervanging van de instelling op basis van mandaatverlening toestaat. De bodemprocedure over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige stond gepland voor april 2010 en werd nog niet inhoudelijk behandeld.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door kinderrechter H.A. Gerritse, waarbij de verlengingen werden toegewezen en het verzoek tot vervanging niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en verklaart het verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-instelling niet-ontvankelijk.