ECLI:NL:RBUTR:2010:BL6490
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens ziekte tijdens vakantie niet rechtsgeldig verklaard
De kantonrechter van de Rechtbank Utrecht heeft op 17 februari 2010 geoordeeld over het geschil tussen een schoonmaakster en haar werkgever betreffende een ontslag op staande voet. De werknemer was tijdens ziekte op vakantie in Marokko en meldde zich ziek vanuit het buitenland, waarna de werkgever haar op staande voet ontsloeg wegens vermeend niet meewerken aan re-integratie.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op vernietigbaarheid van het ontslag tijdig was ingediend, ook al was dit niet expliciet geformuleerd, omdat de werknemer in de CWI-procedure en correspondentie duidelijk maakte niet met het ontslag in te stemmen. Vervolgens werd beoordeeld of er een dringende reden bestond voor het ontslag op staande voet. De ziekmelding vanuit Marokko werd niet als dringende reden erkend, mede omdat de werknemer door medische verklaringen als arbeidsongeschikt werd beschouwd.
De werkgever had geen aanvullende omstandigheden aangevoerd die het ontslag rechtvaardigden. Daarom werd het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verklaard en de arbeidsovereenkomst bleef van kracht. De werkgever werd veroordeeld de werknemer binnen tien dagen toe te laten tot het werk en tot betaling van achterstallig loon, inclusief wettelijke verhoging en rente.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, werknemer wordt toegelaten tot werk en werkgever moet loon betalen.