ECLI:NL:RBUTR:2010:BL8968
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding verzoek meerderjarigverklaring minderjarige in afwachting van bevalling
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot meerderjarigverklaring van een minderjarige vrouw die eind april 2010 haar eerste kind verwacht. De moeder van de minderjarige heeft het ouderlijk gezag en stemt in met het verzoek. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen bezwaren tegen de meerderjarigverklaring en acht toewijzing in het belang van de minderjarige en haar ongeboren kind.
De rechtbank overweegt dat de minderjarige haar verantwoordelijkheid neemt en samen met betrokkenen goede afspraken heeft gemaakt over de verzorging van het kind, woonsituatie, financiën en opleiding. Echter bepaalt artikel 1:253ha lid 3 BW dat een verzoek tot meerderjarigverklaring dat vóór de bevalling wordt gedaan, niet eerder kan worden beslist dan na de bevalling vanwege de ingrijpende gevolgen van de geboorte.
De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze wettelijke bepaling af te wijken en houdt de behandeling van het verzoek pro forma aan tot 22 juni 2010. De Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een schriftelijk rapport uit te brengen en aan te geven of een nadere mondelinge behandeling gewenst is. De beschikking is openbaar uitgesproken op 24 maart 2010.
Uitkomst: Verzoek tot meerderjarigverklaring wordt aangehouden tot na de bevalling van het kind.