ECLI:NL:RBUTR:2010:BL9685
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding na mishandeling en bedreiging met langdurige klachten
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele zaak waarin eiseres schadevergoeding vorderde wegens mishandeling en bedreiging door gedaagde in 2002. De rechtbank stelde vast dat gedaagde eiseres op 20 mei 2002 had geduwd, waardoor zij bewusteloos raakte na een val tegen een vriezer, en dat hij haar op 3 oktober 2002 had bedreigd en mishandeld door haar aan de haren over de grond te sleuren en met het hoofd tegen de grond te slaan.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor een poging tot wurging onvoldoende was, mede op basis van een deskundigenrapport van een arts-patholoog die stelde dat het letsel ook door andere oorzaken kon zijn ontstaan. Wel werd vastgesteld dat de mishandelingen en bedreigingen onrechtmatig waren jegens eiseres.
Eiseres leed als gevolg van de mishandelingen aan whiplash-achtige klachten en een posttraumatische stressstoornis (PTSS), wat leidde tot langdurige pijnklachten, concentratieproblemen en nachtmerries. De rechtbank kende haar een immateriële schadevergoeding van €8.000 toe, waarvan €7.000 werd toegewezen in deze procedure, en verwees de vordering tot vergoeding van verlies van arbeidsvermogen naar een schadestaatprocedure.
Daarnaast werden diverse materiële schadeposten toegewezen, zoals vergoeding voor huishoudelijke hulp, extra telefoonkosten en beschadiging van een tas. Sommige vorderingen, zoals voor een mobiele telefoon en extra beveiligingskosten, werden afgewezen. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten, met verwijzing naar schadestaatprocedure voor verlies van arbeidsvermogen.