ECLI:NL:RBUTR:2010:BM0384
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Eelkema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot erfdienstbaarheid en noodweg voor pad naar tuin
De zaak betreft een vordering van eiser, bewindvoerder over de goederen van [X], tot verklaring voor recht dat een erfdienstbaarheid van weg is ontstaan onder oud BW ten behoeve van het perceel van [X]. Eiser stelt dat een pad (de Gang) tussen twee percelen gebruikt wordt als uitweg naar de achtertuin en dat dit recht door verjaring of bestemming is ontstaan. Daarnaast vordert eiser subsidiair dat de Gang als noodweg wordt erkend.
De rechtbank oordeelt dat de eis van voortdurende en zichtbare uitoefening voor het ontstaan van een erfdienstbaarheid niet is vervuld. De poort die toegang gaf tot het voormalige volkstuinencomplex en het pad diende niet als toegang tot het perceel van [X], dat directe toegang tot de openbare weg heeft. Er is geen noodsituatie die het recht op een noodweg rechtvaardigt.
Verder is vastgesteld dat het persoonlijk recht van [X] om gebruik te maken van de Gang is geëindigd nu zij de woning niet meer bewoont. Het belang van gedaagden bij privacy en ongestoord gebruik van hun eigendom weegt zwaarder dan het financiële belang van eiser. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt het geëindigd zijn van het persoonlijk recht op gebruik van het pad.