ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1345
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Perrick
- J.W. Veenendaal
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het niet tijdig melden van toepassing bouwstoffen op verschillende locaties
De rechtbank Utrecht heeft op 1 februari 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een rechtspersoon die zich schuldig maakte aan het niet of niet tijdig melden van het voornemen om bouwstoffen op verschillende locaties toe te passen. De feiten betroffen meerdere periodes en locaties waar bouwstoffen werden toegepast zonder dat dit aan het bevoegde gezag werd gemeld, wat een overtreding van de Wet bodembescherming opleverde.
De rechtbank baseerde haar oordeel op onder meer bekennende verklaringen, proces-verbalen van bevindingen en afgeluisterde telefoongesprekken waaruit bleek dat verdachte bewust de meldingsplicht niet nakwam. Verdachte voerde aan dat er afspraken waren met de Milieudienst Zuid-Holland over achteraf melden, maar deze werden door getuigen ontkend. De rechtbank oordeelde dat verdachte als professionele grondbemiddelaar opzettelijk handelde en zich schuldig maakte aan medeplegen van de overtredingen.
De officier van justitie eiste een geldboete van € 20.000, waarvan de helft voorwaardelijk, terwijl de verdediging pleitte voor een lagere straf of schuldigverklaring zonder straf. De rechtbank legde een geldboete van € 10.000 op, waarvan € 5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, om herhaling te voorkomen. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van meldingsplicht bij het toepassen van bouwstoffen en de rol van professionele partijen in het waarborgen van milieuregels.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 10.000, waarvan € 5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.