ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1878
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E. Verschoor-Bergsma
- M.J. Veldhuijzen
- J.P. Killian
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring bezwaarschrift tegen tenuitvoerlegging vervangende jeugddetentie
De rechtbank Utrecht behandelde het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen de kennisgeving van de tenuitvoerlegging van een vervangende jeugddetentie van één jaar, opgelegd in het kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM).
De veroordeelde had zich volledig onttrokken aan de uitvoering van de GBM, ondanks een gewijzigde invulling van de maatregel en meerdere kansen om aan de voorwaarden te voldoen. Pogingen tot opsporing en contact waren vruchteloos, hoewel de veroordeelde later telefonisch contact opnam en zijn onvrede uitte over de terugmelding.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde gebaat was bij behandeling via een civiel traject en dat de ouders een sturende rol hadden in de onttrekking aan de GBM. De rechtbank oordeelde echter dat de invloed van de ouders niet zo ver strekte dat de veroordeelde niet zijn eigen oordeel kon vormen.
Gezien de volledige onttrekking en het ontbreken van aanwijzingen dat de GBM alsnog kan worden uitgevoerd, oordeelde de rechtbank dat de vervangende jeugddetentie noodzakelijk is om de consequenties van het mislukken van de GBM duidelijk te maken. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie wordt ongegrond verklaard.