ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1881
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad na val door ruit bij vechtpartij op school
In deze zaak staat centraal of de zoon van gedaagde aansprakelijk is voor het letsel dat de zoon van eiser opliep na een vechtpartij op school waarbij eiser door een ruit viel.
De rechtbank stelt vast dat uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat de zoon van gedaagde eiser met kracht tegen een ruit duwde, waarna deze ruit brak en eiser door het glas viel, wat leidde tot ernstig oogletsel. Hoewel in de strafzaak het hof mishandeling met zwaar lichamelijk letsel niet bewezen achtte, komt de rechtbank op grond van artikel 161 Rv Pro tot een zelfstandig oordeel en acht de onrechtmatige daad bewezen.
De rechtbank verwerpt het verweer van noodweer en het betoog dat de schade niet voorzienbaar was. Gelet op het verschil in postuur en de omstandigheden had de zoon van gedaagde zich van het duwen moeten onthouden. Hoewel eiser mede schuld heeft aan het ontstaan van het conflict, wordt de schade niet gematigd vanwege de ernst van het letsel en de ongelijke strijd.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van een immateriële schadevergoeding van EUR 17.500,- en wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade van eiser zelf af. De zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure voor verdere schadebegroting. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. De vrijwaringszaken worden aangehouden voor nadere procedure.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor de onrechtmatige daad en veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van EUR 17.500,- met wettelijke rente.