ECLI:NL:RBUTR:2010:BM2445
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling na niet-nakoming vaststellingsovereenkomst afbetalingsregeling
Partijen hadden een affectieve relatie en sloten op 21 maart 2009 een vaststellingsovereenkomst waarin gedaagde erkende een schuld van €6.007,80 te hebben aan eiseres en haar familie, met een afbetalingsregeling van minimaal €50 per maand. Gedaagde betaalde slechts twee termijnen en bleef daarna in gebreke. Eiseres ontbond de regeling bij brief van 6 augustus 2009 en vorderde betaling van het restantbedrag.
Gedaagde voerde verweer door te stellen dat de overeenkomst onder bedreiging en misbruik van omstandigheden tot stand was gekomen, maar de rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd. Uit e-mailcorrespondentie bleek dat de overeenkomst met instemming en onderhandeling tot stand was gekomen, en dat gedaagde later tevreden was over de regeling.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is en dat gedaagde gehouden is tot betaling van €5.907,80, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Tevens werden beslagkosten toegewezen, met uitzondering van het vast recht voor het beslagrekest. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.907,80 met rente en kosten na niet-nakoming van de vaststellingsovereenkomst.