ECLI:NL:RBUTR:2010:BM2535
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onmiddellijke machtiging uithuisplaatsing in crisisopvang voor minderjarigen
Bureau Jeugdzorg Utrecht verzocht op 22 maart 2010 om een machtiging voor uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen in een crisisopvang, met het verzoek dit zonder zitting toe te wijzen. De kinderrechter heeft telefonisch informatie ingewonnen bij de raadsonderzoeker en de situatie beoordeeld.
Eerder waren de kinderen onder toezicht gesteld en geplaatst in een pleeggezin, met verlengde machtiging. BJZ stelde dat de kinderen het pleeggezin moesten verlaten en dat geen ander pleeggezin beschikbaar was. BJZ vreesde dat de kinderen thuis opnieuw mishandeld zouden worden en streng gecontroleerd door ouders en broer, vanwege zorgen over hun eerbaarheid.
De kinderrechter overwoog dat de thuissituatie intensief wordt geobserveerd door een ambulante hulpverlener die drie keer per week komt, en dat ouders meewerken aan hulpverlening. Ook is een hulpverleningsplan in voorbereiding. De mogelijke risico's van plaatsing in een crisisopvang, zoals bemoeilijkte sociale contacten en bezorgdheid van ouders over eerbaarheid, wegen mee.
Daarom concludeerde de kinderrechter dat er geen sprake is van onmiddellijk en ernstig gevaar dat onmiddellijke uithuisplaatsing rechtvaardigt. Het verzoek tot onmiddellijke machtiging werd afgewezen en de zaak werd gepland voor mondelinge behandeling op 30 maart 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke machtiging uithuisplaatsing in crisisopvang werd afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk en ernstig gevaar.