ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6065
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer rechtbank Utrecht
In deze wrakingszaak bij de rechtbank Utrecht heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de wrakingskamer, mr. X, wegens vermeende schijn van partijdigheid. Verzoekster stelde dat mr. X relevante informatie had achtergehouden, waaronder het wrakingsprotocol, de samenstelling van de wrakingskamer en het procesdossier in de hoofdzaak, en dat daardoor haar recht op een eerlijke procedure werd geschonden.
De rechtbank heeft onderzocht of mr. X onpartijdig handelde en constateerde dat hij de gevraagde informatie over de samenstelling van de wrakingskamer en het wrakingsprotocol aan verzoekster had verstrekt, onder meer via fax en voicemail. Het procesdossier in de hoofdzaak werd niet verstrekt omdat dit niet relevant was voor het wrakingsverzoek en verzoekster als gemachtigde al toegang had tot die stukken.
Verder oordeelde de rechtbank dat de korte termijn tussen het verstrekken van stukken en de zitting niet onredelijk was, en dat het niet-ondertekende verweerschrift van mr. Y toch rechtsgeldig was. Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid van mr. X en wees het wrakingsverzoek af.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en op 25 mei 2010 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de wrakingskamer is afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.