ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6803
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wedertewerkstelling werknemer na onterechte non-actiefstelling
De werknemer, werkzaam als cateringmedewerker bij Albron, werd op non-actief gesteld vanwege uitlatingen in de media die volgens Albron schadelijk waren en het vertrouwen hadden geschaad. De werknemer, tevens lid van de ondernemingsraad en FNV-kaderlid, had zich kritisch uitgelaten over arbeidsrechtelijke kwesties en de overdracht van cateringwerkzaamheden van Heineken aan Albron.
Albron stelde een afkoelingsperiode in en eiste dat de werknemer zich zou houden aan strikte mediaregels, waaronder een spreekverbod zonder tussenkomst van de communicatieafdeling. De werknemer verzette zich hiertegen en vorderde wedertewerkstelling onder de gebruikelijke voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de non-actiefstelling disproportioneel was, omdat de media-uitlatingen binnen de grenzen van fatsoen en goed werknemerschap vielen en geen vertrouwelijke informatie betroffen. De opgelegde media-voorwaarden waren onredelijk en beperkten de vrijheid van meningsuiting van de werknemer onnodig.
De rechtbank veroordeelde Albron om de werknemer binnen vijf dagen toe te laten tot zijn werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom, en wees het meer of anders gevorderde af. De procedurekosten werden aan Albron opgelegd.
Uitkomst: Albron wordt veroordeeld om werknemer binnen vijf dagen wedertewerkstelling te verlenen zonder onredelijke media-voorwaarden.