ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6964
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending door Defam bij aandelenleaseovereenkomst
Eiser sloot op 16 maart 2001 een aandelenleaseovereenkomst met Defam en KBW voor een looptijd van vijf jaar, waarbij een lening werd verstrekt voor de aankoop van aandelen. Na afloop resteerde een restschuld die eiser betaalde. Eiser stelde dat Defam en Amaska onrechtmatig hadden gehandeld en vorderde vernietiging van de overeenkomst en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat Defam niet aansprakelijk was voor gedragingen van Amaska, maar dat Defam wel tekort was geschoten in haar zorgplicht. Defam had onvoldoende gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en onvoldoende onderzoek gedaan naar de financiële positie van eiser. Dit werd gekwalificeerd als een onrechtmatige daad.
Er werd vastgesteld dat eiser de overeenkomst met voldoende aandacht had gelezen en dat zijn dwaling aan zichzelf te wijten was. De schade bestond uit betaalde rente en restschuld minus ontvangen dividend. Defam werd veroordeeld tot vergoeding van 60% van de restschuld en wettelijke rente vanaf het einde van de overeenkomst. De vorderingen tegen Amaska werden afgewezen.
Uitkomst: Defam is veroordeeld tot betaling van 60% van de restschuld en wettelijke rente wegens schending van haar zorgplicht.