ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8122
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming overeenkomst glasvezelaansluiting kantoorpand en bewijslevering
Eiser vordert nakoming van een overeenkomst waarbij gedaagde het kantoorpand van eiser kosteloos zou aansluiten op een glasvezelnetwerk. Gedaagde voert onder meer rechtsverwerking en het vervallen van haar verplichting aan, maar deze verweren worden door de rechtbank afgewezen of als betwist aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat het enkele stilzitten van eiser niet leidt tot rechtsverwerking en dat het beroep op artikel 128 lid 3 Rv Pro niet slaagt omdat dit artikel niet ziet op verweren in andere procedures. De kern van het geschil betreft of gedaagde nog gehouden is tot aansluiting van het kantoorpand.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde dit als bevrijdend verweer moet bewijzen en draagt haar op dit bewijs te leveren. Indien gedaagde hierin niet slaagt, blijft haar verplichting bestaan. Beroepen op artikel 6:89 BW Pro en 7:758 BW worden afgewezen omdat er geen sprake is van ondeugdelijke nakoming maar van het geheel achterwege blijven van prestatie.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt de procedure voor bewijslevering, waaronder getuigenverhoren op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Eiser is ontvankelijk en gedaagde wordt opgedragen bewijs te leveren dat haar aansluitverplichting is komen te vervallen; verdere beslissing wordt aangehouden.