ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9116
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsverhouding en derdenbeding bij facturering tijdelijke voorzieningen stadion FC Zwolle
De zaak betreft een geschil tussen Moes Oost en Stadion Ontwikkeling Zwolle (SOZ) over de betaling van facturen voor tijdelijke voorzieningen tijdens de bouw van het FC Zwolle stadion. SOZ had de opdracht aan de VOF Stadionbouw Zwolle gegeven, waarin Moes Oost als onderaannemer betrokken was. De kernvraag was of Moes Oost zelfstandig vorderingsrecht had jegens SOZ.
Uit correspondentie, verslagen van vergaderingen en de Design & Build overeenkomst bleek dat de partijen verschillende opvattingen hadden over de reikwijdte van de opdracht en de facturering van tijdelijke voorzieningen. Uiteindelijk werd overeengekomen dat Moes Oost deze voorzieningen separaat zou factureren aan SOZ, buiten de VOF om.
De rechtbank stelde vast dat SOZ en de VOF een derdenbeding hadden gesloten ten gunste van Moes Oost, waardoor Moes Oost als derde partij aanspraak kon maken op betaling van de facturen. SOZ had bovendien voorschotbetalingen aan Moes Oost gedaan, wat het bestaan van deze afspraak bevestigde.
De rechtbank verwierp het verweer van SOZ dat er geen overeenkomst met Moes Oost bestond en oordeelde dat Moes Oost gerechtigd was haar vordering voort te zetten. De zaak werd aangehouden voor verdere procesvoering, waarbij Moes Oost gelegenheid kreeg tot repliek.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Moes Oost een derdenbeding heeft en rechtstreeks facturen mag sturen aan SOZ, maar houdt de zaak aan voor verdere procedure.