ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9151
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en hoofdelijkheid verzekeraars bij twee verkeersongevallen met mengschade
Eiser was betrokken bij twee verkeersongevallen: het eerste op 26 september 2003 met aansprakelijkheid erkend door Amlin, en het tweede op 3 februari 2004 waarbij London aansprakelijkheid betwistte. Eiser vorderde hoofdelijke veroordeling van beide verzekeraars voor alle schade, inclusief mengschade.
De rechtbank stelde vast dat London aansprakelijk is voor het tweede ongeval, gebaseerd op verklaringen van betrokkenen en getuigen, technische reconstructie en bewijswaardering. Het beroep van London op eigen schuld van eiser werd verworpen omdat de verkeersfout van London doorslaggevend was.
De rechtbank oordeelde dat hoofdelijkheid tussen Amlin en London niet bestaat omdat schade duidelijk kan worden onderscheiden in schade veroorzaakt door het eerste ongeval, het tweede ongeval en mengschade. Voor mengschade, zoals smartengeld en studievertraging, zijn beide verzekeraars hoofdelijk aansprakelijk.
De vordering van eiser tot hoofdelijke veroordeling werd daarom afgewezen, en de primaire vordering van Amlin tot verklaring van finale kwijting werd eveneens afgewezen vanwege het bestaan van mengschade. De zaak werd verwezen voor voortzetting van het proces over de resterende geschilpunten.
Uitkomst: London is aansprakelijk voor het tweede ongeval, hoofdelijke aansprakelijkheid wordt afgewezen vanwege onderscheidbare schade en mengschade.