ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9989
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring en erfgrensgeschil tussen buren over strook grond
In deze zaak staat centraal of eiseres eigenaar is geworden van een strook grond door verkrijgende verjaring. Eiseres stelt dat zij de strook onafgebroken in bezit heeft gehad sinds 1964, terwijl gedaagde betwist dat sprake is van bezit en wijst op een afspraak met zijn ouders die het gebruik van de grond regelde.
De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn van 20 jaar geldt en dat verkrijging van eigendom na deze termijn van rechtswege plaatsvindt. De overeenkomst tussen partijen uit 2007 doet hieraan niet af. Gedaagde legt een verklaring van zijn moeder over een vermeende bruikleenovereenkomst over, waardoor sprake zou zijn van houderschap en niet bezit.
De rechtbank wijst eiseres toe om bewijs te leveren dat zij de grond daadwerkelijk in bezit had zonder afspraak met gedaagde of zijn ouders. Getuigenverhoren worden gepland. Andere vorderingen, zoals het verwijderen van een erfafscheiding en schadevergoeding voor beschadigingen, worden aangehouden of deels toegewezen. De vordering van gedaagde wegens onrechtmatige daad wordt afgewezen.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoren om het bezit vast te stellen, waarna verdere beslissingen zullen volgen.
Uitkomst: Bewijsopdracht voor verkrijgende verjaring gegeven, verdere beslissingen aangehouden.