ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0288
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot doorbetaling pensioenverevening aan ex-werknemer
De ex-bankdirecteur was van 1975 tot 2008 werkzaam binnen de Rabobank Groep en kreeg in 1994 een aanvullende pensioenregeling die zijn pensioengerechtigde leeftijd verlaagde van 65 naar 62 jaar. Door de voortzetting van de VUT-regeling ontstond een complexe situatie waarbij de bank kosten betaalde voor zowel VUT als prepensioen. De bank en het pensioenfonds spraken af dat de besparing op de VUT-kosten via een verevening aan de bank zou worden uitgekeerd.
Na zijn vervroegde uittreding in 2008 ontving de bank een bedrag van het pensioenfonds ter zake van deze verevening, maar weigerde dit aan de ex-werknemer door te betalen. De ex-werknemer vorderde daarom bij voorlopige voorziening betaling van dit bedrag, stellende dat de bank zich hieraan had verbonden in een brief van mei 2007.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 16 mei 2007 redelijkerwijs als toezegging tot betaling aan de ex-werknemer kon worden opgevat. De bank kon het beroep op dwaling of bedrog niet aannemelijk maken en had bovendien onvoldoende onderzoek gedaan voorafgaand aan haar besluit. De vordering wordt daarom toegewezen, met een termijn van een week voor betaling en toekenning van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Rabobank SBE wordt veroordeeld om binnen een week het pensioenvereveningsbedrag van €115.926,29 aan de ex-werknemer te betalen met wettelijke rente.