ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1464
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschot op schadevergoeding na voortijdig ontslag hockeycoach
De eiseres, een besloten vennootschap, had met Stichting Tophockey SCHC een managementovereenkomst gesloten voor drie jaar, waarbij [A] als hockeycoach van het Heren 1-elftal zou optreden. Op 30 april 2010 werd [A] op non-actief gesteld en op 8 juni 2010 werd de overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd vanwege dreigende degradatie en een onwerkbare situatie binnen het team.
Eiseres vorderde in kort geding onder meer een verbod voor Tophockey om nieuwe financiële verplichtingen aan te gaan die de nakoming van haar verplichtingen zouden kunnen belemmeren, en een voorschot op de schadevergoeding die in de bodemprocedure zou worden vastgesteld. Tophockey voerde verweer en stelde dat het spoedeisend belang ontbrak.
De rechtbank verwierp het verweer van Tophockey over het ontbreken van spoedeisend belang en oordeelde dat het risico op onvoldoende financiële middelen aannemelijk was. De vordering tot verbod op het aangaan van nieuwe verbintenissen werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag. Ook het verzoek om een voorschot op schadevergoeding werd afgewezen omdat de primaire vordering tot nakoming in de bodemprocedure nog niet was beslist en de subsidiaire vordering tot ontbinding geen grond bood voor een voorlopige voorziening.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.079, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard ten aanzien van deze kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om een voorschot op schadevergoeding af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.