ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2131
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- R.P. den Otter
- R.P.G.L.M. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens verduistering en witwassen van wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Utrecht heeft op 20 juli 2010 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte die werd verdacht van verduistering en witwassen. Uit het strafdossier bleek dat verdachte samen met een medepleger geld van vier verschillende rekeninghouders van de ABN Amro-bank had overgeheveld naar zijn eigen rekeningen. De verdachte had vervolgens grote bedragen opgenomen en overgeboekt.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het totaal verduisterde bedrag €816.500,- bedroeg. Omdat niet duidelijk was welk deel aan verdachte en welk deel aan zijn medepleger kon worden toegerekend, werd het voordeel gelijkelijk verdeeld. De rechtbank legde aan verdachte een ontnemingsverplichting op van €408.250,-.
De bewijsmiddelen bestonden uit rekeningafschriften, kasopnamebonnen en overzichten van bij- en afschrijvingen. Deze toonden aan dat verdachte toegang had gekregen tot de rekeningen van de rekeninghouders en daaruit aanzienlijke bedragen had opgenomen en overgeboekt. De rechtbank achtte het aannemelijk dat verdachte en zijn medepleger samen handelden en veroordeelde verdachte tot betaling van het ontnemingsbedrag aan de staat.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €408.250,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.