ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2436
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het vervoeren van heroïne en cocaïne met gedeeltelijke herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
Op 3 maart 2010 werd verdachte aangehouden met 3,49 gram heroïne en 2,58 gram cocaïne. Tijdens de terechtzitting bekende verdachte het vervoeren van deze drugs, maar ontkende het verkopen en afleveren. De rechtbank achtte het vervoeren wettig en overtuigend bewezen, maar onvoldoende bewijs voor verkoop en aflevering.
Verdachte is strafbaar gesteld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder B, van de Opiumwet. Gezien het strafblad en de ernst van het feit werd een werkstraf van 40 uur opgelegd. Het in beslag genomen geld van €270 werd teruggegeven omdat het niet vatbaar is voor verbeurdverklaring.
Daarnaast werd de vordering tot gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen voor 133 dagen, omdat verdachte tijdens de proeftijd een nieuw strafbaar feit beging. De rechtbank hield rekening met het belang van reclasseringsbegeleiding en de duur van de procedure.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur werkstraf en gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor 133 dagen.