ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3901
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing WSJ tot wijziging verblijfplaats minderjarige wegens onvoldoende motivering
De rechtbank Utrecht behandelde op 11 augustus 2010 een verzoek van een pleegvader om de beslissing van de William Schrikker Jeugdbescherming (WSJ) te vernietigen die voorzag in de doorplaatsing van een minderjarige naar een zorgboerderij. De minderjarige verbleef sinds juli 2009 in een gezinshuis bij de verzoeker en zijn echtgenote, die als gezinsouders fungeerden. De WSJ had besloten de verblijfplaats te wijzigen vanwege een vermeend dreigend loyaliteitsconflict bij het kind.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker als pleegvader kon worden aangemerkt als iemand die de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, en dat hij derhalve het verzoek kon indienen op grond van artikel 1:263 lid 2 onder Pro c BW. De WSJ had niet tijdig een schriftelijke beslissing genomen op het verzoek, waardoor dit gelijkgesteld werd aan afwijzing en de rechtbank bevoegd werd om hierover te oordelen.
Uit rapporten van het UMC, Reinaerde en de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat het kind zich positief ontwikkelde in het gezin van verzoeker, met verbeterde hechting en emotionele uiting. De WSJ stelde dat een loyaliteitsconflict dreigde, maar kon dit niet concreet onderbouwen of aantonen dat doorplaatsing noodzakelijk was om dit te voorkomen. De rechtbank concludeerde dat de WSJ de voors en tegens van doorplaatsing onvoldoende had onderzocht en de beslissing niet deugdelijk had gemotiveerd.
Daarom vernietigde de rechtbank de fictieve beslissing van de WSJ tot afwijzing van het verzoek om af te zien van wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige. De rechtbank benadrukte het belang van zorgvuldige motivering en het belang van het kind bij verblijf in een stabiele en veilige omgeving.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beslissing van de WSJ tot wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige wegens onvoldoende motivering.