ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5069
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding overeenkomst wegens onjuist advies over toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand
Mr. [B], advocaat bij [X], verleende juridische bijstand aan [A] in een strafzaak. Aanvankelijk werd [A] onjuist geïnformeerd dat inschrijving in de GBA een vereiste was voor het verkrijgen van een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand, waardoor de toevoeging pas laat werd aangevraagd en verleend.
Partijen spraken af dat werkzaamheden tegen een uurtarief van €160,- werden verricht tot de toevoeging werd verleend. [A] betaalde €1.800,-, maar liet €1.134,77 onbetaald. [X] vorderde betaling van het restant, terwijl [A] stelde dat hij onverschuldigd had betaald omdat de toevoeging eerder had moeten worden aangevraagd.
De rechtbank oordeelt dat mr. [B] onvoldoende zorgvuldig was en onjuiste informatie gaf, wat een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst oplevert. Hierdoor kan [A] de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden voor zover zijn betalingsverplichting verder strekt dan de eigen bijdrage van €98,- op grond van de toevoeging.
De vordering van [X] tot betaling van het restant wordt afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van [A] tot terugbetaling van €1.702,- wordt toegewezen, met wettelijke rente. Beide partijen worden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de advocaat af en veroordeelt haar tot terugbetaling van €1.702,- aan de cliënt wegens onjuist advies over de toevoeging.