ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5636
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs toerekenbare tekortkoming school bij lesuitval en kwaliteit onderwijs
De zaak betreft een vordering van ouders tegen een stichting openbaar voortgezet onderwijs wegens vermeende toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad in de nakoming van de onderwijsovereenkomst met hun dochter. De dochter volgde onderwijs van 2003 tot 2008 en kon niet doorstromen naar het zesde leerjaar vanwege onvoldoende prestaties. In het laatste schooljaar vielen veel lesuren uit, onder meer bij Latijn door ziekte van de docent, en was er sprake van kwaliteitsproblemen bij het vak economie. Tevens verzuimde de dochter regelmatig lessen.
De rechtbank oordeelde dat de stichting niet tekortgeschoten is. Het schoolplan voldeed aan wettelijke eisen, lesuitval bij Latijn werd adequaat aangepakt gezien de schaarste aan docenten, en de economie docent werd vervangen na een verbetertraject. Verder was de communicatie over het verzuim voldoende. Er was geen bewijs dat de stichting haar zorgplicht heeft geschonden.
Ook ontbrak het aan causaal verband tussen de gestelde tekortkomingen en de schade van de ouders, bestaande uit de overstap van hun dochter naar een privé-instituut waar zij haar eindexamen behaalde. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de ouders in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een toerekenbare tekortkoming en causaal verband.