ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5864
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot inzage bescheiden wegens vermoedelijke inbreuk intellectuele eigendomsrechten en schending geheimhoudingsbeding
De zaak betreft een vordering van [eiseres] B.V. tegen haar voormalige medewerker [gedaagde], die wordt verdacht van het maken van inbreuk op auteurs- en databankrechten, schending van een geheimhoudingsbeding en het verspreiden van valse geruchten over [eiseres]. [eiseres] vordert inzage in bescheiden die bij [gedaagde] in beslag zijn genomen om de omvang van de vermeende inbreuk en onrechtmatige handelingen te kunnen vaststellen.
De rechtbank overweegt dat aan de voorwaarden van artikel 843a Rv is voldaan: er is sprake van een rechtmatig belang, de gevorderde bescheiden zijn voldoende concreet omschreven en betreffen een rechtsbetrekking tussen partijen. De vordering is niet op voorhand kansloos, mede gelet op de aanwezigheid van bedrijfsgegevens en een schaduwadministratie op een USB-stick van [gedaagde].
De rechtbank wijst de vordering toe en bepaalt dat een onafhankelijke deskundige de selectie van de bescheiden zal verrichten, waarbij inzage in privébescheiden wordt uitgesloten. De vordering tot opheffing van het bewijsbeslag door [gedaagde] wordt afgewezen. De kosten van het incident worden aan [gedaagde] opgelegd, met aanhouding van de hoogte van de kosten tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot inzage van bescheiden toe en wijst de vordering tot opheffing van het bewijsbeslag af.