ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6767
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Marokkaans materieel recht bij echtscheiding met verzoeningspoging onder Nederlands formeel recht
Partijen zijn in 2001 te Utrecht gehuwd en hebben beiden de Marokkaanse nationaliteit; de vrouw heeft tevens de Nederlandse nationaliteit. De man verzoekt echtscheiding op grond van duurzame ontwrichting volgens artikel 94 van Pro de Marokkaanse Mudawwana, waarbij een verzoeningspoging vereist is.
De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is op grond van Brussel IIbis-verordening en dat Marokkaans materieel recht van toepassing is vanwege de gemeenschappelijke nationaliteit. De rechtbank benadrukt echter dat het formele recht, waaronder de procedurele regels rond de verzoeningspoging, Nederlands recht is. Hierdoor is geen afzonderlijke zitting noodzakelijk voor de verzoeningspoging.
Partijen worden uitgenodigd schriftelijk hun standpunt over verzoening kenbaar te maken voor 27 oktober 2010. Bij uitblijven van reactie zal de rechtbank aannemen dat verzoening niet is bereikt en de echtscheidingsprocedure voortzetten.
De behandeling van het verzoek wordt pro forma aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over verzoening. De beschikking is uitgesproken door rechter E.A.A. van Kalveen op 22 september 2010.
Uitkomst: De rechtbank houdt de echtscheidingsprocedure pro forma aan voor een schriftelijke verzoeningspoging onder Nederlands formeel recht.