ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7096
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging kostenmaatschap advocaat met vergoeding voor niet-afgeschreven zaken
Partijen zijn sinds 1 februari 2006 samen met een derde advocaat een kostenmaatschap aangegaan. De kostenmaatschapsovereenkomst bepaalt een opzegtermijn van zes maanden, tenzij bijzondere omstandigheden een kortere termijn rechtvaardigen. De uittredende advocaat heeft de maatschap opgezegd met een termijn van twee weken, wat door de rechtbank als onredelijk kort wordt beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de opzeggende partij gehouden is tot betaling van kosten gedurende de opzegtermijn van zes maanden. De achterblijvende maat heeft recht op vergoeding voor het voortgezet gebruik van nog niet afgeschreven zaken die gezamenlijk zijn aangeschaft. De waarde van deze zaken wordt geschat op circa EUR 2.121,--.
De uittredende maat wordt veroordeeld tot betaling van EUR 8.249,74 aan de achterblijvende maat, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De vordering van de uittredende maat tot vergoeding voor het aandeel in de niet-afgeschreven zaken wordt toegewezen tot EUR 2.121,00. Beide partijen worden in proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Opzegging kostenmaatschap met termijn van zes maanden is vereist; uittredende maat moet kosten betalen en krijgt vergoeding voor niet-afgeschreven zaken.