ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7992
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens mishandeling moeder en zus met behandelverplichting
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het mishandelen van zijn moeder en zus op 13 januari 2010 in Amersfoort. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte, verklaringen van de slachtoffers en een getuigenverklaring. De mishandelingen bestonden uit slaan en schoppen, waardoor de slachtoffers letsel en pijn hebben ondervonden.
Verdachte is psychiatrisch onderzocht en wordt als sterk verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd vanwege een antisociale persoonlijkheidsstoornis en andere psychische problematiek. De rechtbank acht een behandelverplichting noodzakelijk om het recidiverisico te verkleinen, ondanks dat verdachte zelf geen hulpvraag heeft.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder het volgen van een behandeling bij De Waag of een vergelijkbare instelling en het naleven van een meldingsgebod. Tevens is een werkstraf van 100 uur opgelegd, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 50 dagen.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van de feiten, de familiebanden, de locatie van de mishandeling en de psychiatrische rapportage. De rechtbank wijst het verzoek van de verdediging voor een aanvullende rapportage af omdat het psychiatrisch onderzoek recent is. Verdachte wordt vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen zijn verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een werkstraf van 100 uur en een behandelverplichting vanwege mishandeling van zijn moeder en zus.