ECLI:NL:RBUTR:2010:BN7997
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.G.M. de Weerd
- M.A.A.T. Engbers
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepplantage
De rechtbank Utrecht heeft op 20 september 2010 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die samen met haar partner een hennepplantage exploiteerde. De officier van justitie berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van zeven oogsten, waarbij het stroomverbruik en de aangetroffen omstandigheden in de kelder van de schuur als uitgangspunt dienden.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, onrechtmatig binnentreden en betwisting van het aantal oogsten. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat de verdediging onvoldoende concreet bewijs leverde voor mislukte oogsten en het onrechtmatig binnentreden reeds in het strafvonnis was beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de netto-opbrengst per oogst €69.494 bedroeg en dat het aantal oogsten na herberekening op zeven kwam. Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €486.458, waarvan de helft aan de veroordeelde werd toegerekend. De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag van €243.229 aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €243.229 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.