ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8301
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap met onderzoek naar belang van het kind
De moeder heeft een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind, geboren in mei 2007. De man betwist het vaderschap en stelt zich dreigend op, weigert betrokkenheid en voert aan dat een DNA-onderzoek een inbreuk op zijn privacy vormt. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming zijn betrokken bij de zaak.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat het belang van het kind voorop staat, conform artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De moeder wenst alleen het vaderschap vastgesteld zonder omgangsregeling of alimentatie. De man ontkent een affectieve relatie en betwist dat hij de biologische vader is.
Gezien de gespannen verhoudingen en mogelijke negatieve gevolgen voor het kind, heeft de rechtbank besloten de zaak pro forma aan te houden en de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een onderzoek te doen naar het belang van het kind bij voortzetting van de procedure, inclusief de mogelijkheid van een DNA-onderzoek. De Raad wordt verzocht schriftelijk te rapporteren vóór 14 december 2010.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een onderzoek te doen naar het belang van het kind bij voortzetting van de procedure.