ECLI:NL:RBUTR:2010:BN9364
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. [A], kantonrechter in een strafzaak wegens snelheidsovertreding, omdat mr. [A] weigerde de zaak te schorsen voor het tonen van een foto van de auto en mr. Kaaij, gemachtigde van verzoeker, geregeld zou hebben onderbroken tijdens het stellen van vragen aan getuigen.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij objectief gerechtvaardigde vrees bestaat voor vooringenomenheid. De weigering tot schorsing werd gezien als een procesbeslissing die onvoldoende grond voor wraking vormt, tenzij deze onbegrijpelijk is.
De rechtbank vond geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het proces-verbaal toonde geen onderbrekingen door mr. [A] en het uitoefenen van zijn bevoegdheid om vragen te beperken is geen reden voor wraking zonder bijkomende omstandigheden.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter mr. [A] wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.