ECLI:NL:RBUTR:2010:BN9614
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsverzekeringsovereenkomst komt pas tot stand na ontvangst ondertekende clausulebrief
De zaak betreft een geschil over de totstandkoming van een arbeidsongeschiktheidsverzekering tussen eiseres en de verzekeraar De Amersfoortse, waarbij ook de assurantietussenpersoon IFA betrokken is. Eiseres stelde dat de verzekeringsovereenkomst reeds in februari 2007 tot stand was gekomen, terwijl De Amersfoortse betoogde dat dit pas het geval was na ontvangst van een voor akkoord ondertekende clausulebrief, wat pas na 17 april 2007 gebeurde.
De rechtbank overwoog dat de polis met ingangsdatum 24 april 2007 het eerste bewijs van definitieve acceptatie was en dat de brief van 29 januari 2007 en de clausulebrief geen definitieve acceptatie bevestigden. Eiseres kon onvoldoende aantonen dat zij vanaf eind november 2006 premies had betaald. De rechtbank concludeerde dat er in februari 2007 nog geen verzekeringsovereenkomst was en dat De Amersfoortse geen verplichting tot uitkering had.
Eiseres stelde tevens dat De Amersfoortse een zorgplicht had geschonden door niet rechtstreeks contact met haar op te nemen, maar de rechtbank oordeelde dat de zorgplicht bij de assurantietussenpersoon lag. Fouten van IFA kwamen voor rekening van eiseres. Omdat IFA niet was verschenen, werd verstek tegen haar verleend en werd zij veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.
De rechtbank wees de vorderingen tegen De Amersfoortse af en veroordeelde IFA hoofdelijk tot vergoeding van de schade van eiseres, nader op te maken bij staat. De proceskosten werden verdeeld overeenkomstig de uitspraken.
Uitkomst: De vorderingen tegen De Amersfoortse worden afgewezen; IFA wordt hoofdelijk veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.