ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0343
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadezaak over arbeidsvermogen en directeursschap familiebedrijf na ongeval
Eiser liep op 16 april 1997 een hoge dwarslaesie op bij een ongeval waarvoor ASR aansprakelijkheid erkende. Hij vordert schadevergoeding wegens verlies van arbeidsvermogen en stelt dat hij zonder het ongeval directeur van het familiebedrijf zou zijn geworden. De rechtbank acht aanvullend onderzoek door een arbeidsdeskundige noodzakelijk om vast te stellen of eiser over de persoonlijke eigenschappen en capaciteiten beschikt om dat directeurschap te vervullen.
De arbeidsdeskundige Artoos concludeerde dat het niet met zekerheid kan worden vastgesteld of eiser de benodigde capaciteiten bezit. Eiser is sinds het ongeval vrijwel kansloos op de arbeidsmarkt en kan volgens Artoos maximaal 20 uur per week werken als werkvoorbereider/calculator binnen het familiebedrijf. De rechtbank wijkt af van deze inschatting en acht het onwaarschijnlijk dat eiser deze functie kan vervullen vanwege praktische en fysieke beperkingen, en stelt dat eiser geen schending van de schadebeperkingsplicht heeft gepleegd.
Verder oordeelt de rechtbank dat de fiscale component van 1,2% belasting over het fictief rendement van de schadevergoeding niet is verdisconteerd in de gehanteerde rekenrente van 3%, zodat deze apart moet worden vergoed. Diverse overige schadeposten, zoals aanpassingen aan woning en auto en verzorging door familie, worden eveneens toegewezen. De procedure wordt aangehouden voor nadere akten over het aanvullend onderzoek.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor aanvullend onderzoek naar de capaciteiten van eiser om directeur te worden en wijst diverse schadeposten toe.