ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1077
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schuld bij UWV
De rechtbank Utrecht heeft op 18 oktober 2010 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De reden voor beëindiging was het ontstaan van een nieuwe schuld van € 6.003,99 bij het UWV, als gevolg van een terugvordering van te veel ontvangen WW-uitkering. De schuldenaar had naast zijn inkomen uit arbeid nog enkele maanden WW-uitkering ontvangen, waardoor de schuld ontstond.
De bewindvoerder verzocht om beëindiging van de regeling omdat het niet haalbaar was deze schuld binnen de resterende looptijd af te lossen. De schuldenaar was niet verschenen op de terechtzitting van 11 oktober 2010, waardoor de rechtbank de stellingen van de bewindvoerder als vaststaand aannam. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar een bovenmatige schuld had laten ontstaan gedurende de looptijd van de regeling.
Op grond van artikel 350 lid 3 sub d van Pro de Faillissementswet werd de schuldsaneringsregeling beëindigd. De schuldenaar zal van rechtswege in staat van faillissement verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op € 699,50 exclusief btw en gaf zij de curator de last om post van de schuldenaar te openen vanaf het moment van kracht van gewijsde.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schuld en verklaart schuldenaar van rechtswege failliet.