ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1665
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overdracht onverdeeld eigendom recreatiewoning wegens onbehoorlijk bestuur en schulden
Gedaagde sub 1 was bestuurder van twee vennootschappen die failliet zijn verklaard. Hij was op huwelijkse voorwaarden getrouwd met gedaagde sub 2. Na het faillissement droeg gedaagde sub 1 zijn onverdeelde helft van een recreatiewoning over aan gedaagde sub 2. De rechtbank Rotterdam had gedaagde sub 1 aansprakelijk gesteld voor 50% van de schulden van deze vennootschappen.
De curator vorderde vernietiging van de overdracht op grond van art. 2:248 lid 9 BW Pro juncto art. 3:51 BW Pro, omdat de overdracht een onverplichte rechtshandeling was die het verhaal van schuldeisers belemmerde. Gedaagden voerden aan dat de curator geen belang had vanwege de geringe waarde en onverkoopbaarheid van het aandeel, en dat de overdracht plaatsvond ter voldoening van schulden.
De rechtbank verwierp deze verweren. De waarde van het registergoed was substantieel en de curator had belang bij vernietiging. Uit de notariële akte bleek geen schuldvordering en geen verplichting tot overdracht. De overdracht vond om niet plaats en was vermoedelijk met het oogmerk van verhaalvermindering gedaan. Ook het beroep op art. 3:45 lid 5 BW Pro werd afgewezen wegens gebrek aan goede trouw van gedaagde sub 2.
De rechtbank vernietigde daarom de overdracht, veroordeelde gedaagden in proces- en beslagkosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de overdracht van de onverdeelde helft van de recreatiewoning en veroordeelt gedaagden in kosten.