ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1757
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsaneringsprocedure
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van [A] tot toelating tot schuldsanering en vaststelling van een dwangakkoord volgens artikel 287a Faillissementswet. [A] bood een schuldregeling aan waarbij 68% van de schulden tegen finale kwijting werd voorgesteld, maar deze uitkering bleek in werkelijkheid 61% te bedragen na inhouding van bemiddelings- en beheerskosten.
De schuldeiser DNV, met een vordering van 86% van de totale schuldenlast, weigerde instemming met het akkoord omdat zij aannam dat [A] binnen een jaar haar schulden aan overige schuldeisers kon voldoen, waarna een regeling met DNV mogelijk zou zijn. De rechtbank vergeleek de uitkering uit het akkoord met de uitkering bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarbij DNV een hogere uitkering zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat DNV in redelijkheid haar instemming kon weigeren, omdat het belang van DNV bij volledige betaling zwaarder woog dan het belang van [A] en de overige schuldeisers bij het akkoord. De weigering van DNV schaadde de overige schuldeisers niet, aangezien zij ook een hogere uitkering konden verwachten via de wettelijke regeling. Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord werd daarom afgewezen.
Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt op een aparte zitting behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat de schuldeiser in redelijkheid haar instemming kon weigeren.