ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1959
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet voldaan bekendheidsvereiste kwalitatieve aansprakelijkheid touringcarbrand
De zaak betreft een geschil tussen De Jong Touringcarbedrijf Rotterdam B.V. en Besseling Travel B.V. over schade veroorzaakt door brand in een touringcar van Besseling, die oversloeg op een touringcar van De Jong. De Jong stelde Besseling en diens verzekeraar Achmea aansprakelijk op grond van kwalitatieve aansprakelijkheid (artikel 6:173 BW Pro) en onrechtmatige daad.
Uit onderzoek kon de exacte oorzaak van de brand niet worden vastgesteld, mede doordat de touringcar volledig was uitgebrand. De Jong stelde dat er sprake was van een gebrek in de standkachel van de bus, wat een bijzonder gevaar opleverde, en dat dit algemeen bekend was onder touringcarbezitters. Besseling betwistte dit en voerde aan dat het bekendheidsvereiste niet was voldaan omdat het specifieke gebrek niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het bekendheidsvereiste van artikel 6:173 BW Pro inhoudt dat bekend moet zijn dat het gebruik van een zaak bij aanwezigheid van een bepaald gebrek een bijzonder gevaar oplevert. Dit vereiste was niet vervuld omdat het specifieke gebrek niet kon worden vastgesteld en algemene stellingen over mogelijke gebreken onvoldoende zijn. Ook het subsidiaire verweer dat de chauffeur onrechtmatig handelde werd verworpen omdat geen normschending was aangetoond.
De vorderingen van De Jong werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van Besseling c.s. De vordering jegens Achmea kon evenmin worden toegewezen.
Uitkomst: De vorderingen van De Jong tegen Besseling en Achmea worden afgewezen wegens niet voldaan bekendheidsvereiste.