ECLI:NL:RBUTR:2010:BO2832
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Z.J. Oosting
- J.R. Krol
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een toen elfjarig meisje, het jongere zusje van zijn vriendin. Het bewezenverklaarde betreft handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam door het inbrengen van een vinger in de vagina van het slachtoffer. De rechtbank sprak verdachte vrij van het onderdeel waarbij met de penis de vagina zou zijn betast, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De feiten speelden zich af tijdens een familieweekend in mei 2006, waarbij de rechtbank het verdachte kwalijk nam dat het slachtoffer zich in een sociale en veilige omgeving had moeten voelen. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het feit dat verdachte destijds achttien jaar was, niet eerder was veroordeeld, en dat er een tijdsverloop was tussen het delict en de berechting. Tevens werd meegewogen dat verdachte in april 2009 slachtoffer was geworden van een steekincident dat verband hield met de zaak.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met reclasseringscontact, maar de rechtbank zag geen aanleiding tot het opleggen van reclassering. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering vanwege de complexiteit en het ontbreken van een deskundigenrapport. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de twaalf jaar.