ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3653
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens niet tijdige indiening tegen kantonrechter
Op 2 juni 2010 vond een zitting plaats waarbij de kantonrechter mr. [X] de verdachte ondervroeg in een strafzaak. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was door diens wijze van ondervraging en het oordeel dat verzoeker te hard had gereden. Tevens werd geklaagd over het niet oproepen van twee verbalisanten als getuigen en een onvolledig proces-verbaal.
Het wrakingsverzoek werd echter pas op 1 september 2010 ingediend, ruim na de zitting en nadat het proces-verbaal op 21 juli 2010 was toegezonden. De rechtbank oordeelde dat dit te laat was, mede omdat verzoekers raadsman een ervaren advocaat is en ter zitting direct had moeten reageren. Nieuwe gronden die pas op 7 oktober werden ingebracht, werden niet in behandeling genomen.
De rechtbank baseerde zich op artikel 513 van Pro het Wetboek van Strafvordering en artikel 6 EVRM Pro, die vereisen dat wrakingsverzoeken tijdig worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. Omdat niet aan deze termijn was voldaan, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De behandeling van de strafzaak wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing door het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.