ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3661
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen intrekking aansprakelijkheidsverklaring ex artikel 2:403 BW afgewezen
De zaak betreft het verzet van een besloten vennootschap (verzoekster) tegen de intrekking door een andere besloten vennootschap (verweerster) van een aansprakelijkheidsverklaring ex artikel 2:403 BW Pro. Verzoekster stelt dat de intrekking haar verhaalsmogelijkheden ernstig beperkt, omdat zij een overeenkomst heeft gesloten waarbij de Houthandel zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor een lening.
De rechtbank stelt vast dat de aandelen in de Houthandel in 2001 zijn verkocht en dat de aansprakelijkheidsverklaring niet tijdig is ingetrokken. Verweerster voert aan dat de overeenkomst nietig is wegens het ontbreken van ondertekening en dat de schuld pas ontstond na overdracht van aandelen, wat niet het geval was bij intrekking.
De rechtbank oordeelt dat artikel 2:247 BW Pro niet van toepassing is omdat de situatie niet betreft dat de vennootschap handelt jegens haar enige aandeelhouder. Ook is geen sprake van strijd met artikel 2:207c BW. De rechtbank acht het beroep op artikel 2:404 BW Pro onaanvaardbaar omdat verzoekster en mede-aandeelhouder zelf inzicht hadden in de financiële situatie en het niet-intrekken van de verklaring een vergissing was.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en bevestigt de intrekking van de aansprakelijkheidsverklaring door verweerster.
Uitkomst: Het verzet van verzoekster tegen de intrekking van de aansprakelijkheidsverklaring wordt ongegrond verklaard.