ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3671
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen strafkamer rechtbank Utrecht wegens procesbeslissingen
Op 2 november 2010 behandelde de strafkamer van de rechtbank Utrecht een strafzaak tegen een gedetineerde waarbij diens raadsman de strafkamer wrak vanwege het afwijzen van verzoeken tot het horen van twee getuigen en het toevoegen van geluidsfragmenten aan het dossier. De raadsman stelde dat deze afwijzingen de waarheidsvinding belemmerden en dat de strafkamer daardoor niet onpartijdig kon zijn.
De rechtbank overwoog dat de wraking moest worden beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Er waren geen feiten of omstandigheden die wezen op persoonlijke vooringenomenheid van de strafkamer jegens verzoeker.
De rechtbank stelde dat de afwijzingen procesbeslissingen waren die op hun merites waren beoordeeld en niet zo onbegrijpelijk waren dat zij een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormden. De geluidsfragmenten werden wel aan het dossier toegevoegd, maar het horen van getuigen werd op dit moment niet noodzakelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende grond was om de strafkamer van partijdigheid te verdenken en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd bepaald dat de zaak voortgezet zou worden in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor onpartijdigheid.