ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3685
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens redelijke weigering schuldeiser
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een maandelijks bedrag boven het vrij te laten bedrag wordt gereserveerd voor betaling aan schuldeisers. Alle schuldeisers behalve de Nederlandse Energie Maatschappij (NEM) stemden in met het akkoord. NEM eiste een minimale vergoeding van 30% van haar vordering, terwijl het akkoord slechts 20,3% voorzag.
Verzoekster vroeg de rechtbank om NEM te dwingen in te stemmen met het akkoord, maar NEM verscheen niet ter zitting. De rechtbank beoordeelde of NEM in redelijkheid haar instemming kon weigeren, waarbij werd gekeken naar het belang van NEM versus de belangen van verzoekster en andere schuldeisers.
Hoewel het akkoord lagere kosten kende dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, bood het niet de waarborgen van het wettelijke traject, zoals toezicht op de inspanningsverplichting van verzoekster om inkomen te genereren. Gezien de onzekerheid over het toekomstige inkomen van verzoekster en het ontbreken van dergelijke waarborgen, oordeelde de rechtbank dat NEM terecht haar instemming kon weigeren.
Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord werd daarom afgewezen. Verzoekster trok vervolgens haar verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering in, met de mogelijkheid dit binnen veertien dagen te heroverwegen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat de schuldeiser in redelijkheid haar instemming kon weigeren.