ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4157
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot toepassing van lijfsdwang voor niet betaalde kinderalimentatie
De vrouw vordert betaling van achterstallige kinderalimentatie van de man en verzoekt om toepassing van lijfsdwang bij niet-betaling. De rechtbank constateert dat de vrouw reeds een executoriale titel heeft en dat incasso via LBIO en beslaglegging niet mogelijk waren vanwege onvindbaarheid van de man.
De primaire vordering tot betaling wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, maar de subsidiaire vordering tot toepassing van lijfsdwang wordt toegewezen. De rechtbank motiveert dat lijfsdwang is toegestaan op grond van artikel 585 sub b Rv Pro bij niet-betaling van kinderalimentatie en dat andere dwangmiddelen onvoldoende resultaat bieden.
De duur van de lijfsdwang wordt beperkt tot één maand, gelet op de omvang van de schuld en proportionaliteit. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, begroot op EUR 1.166,93. Het vonnis is gewezen door mr. H.J.H. van Meegen en op 31 mei 2010 uitgesproken.
Uitkomst: De primaire vordering tot betaling van kinderalimentatie wordt afgewezen, maar lijfsdwang wordt toegestaan bij niet-betaling binnen veertien dagen.