ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4254
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid kentekenhouder voor snelheidsovertreding door ander bestuurder
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens een snelheidsovertreding met haar auto, gepleegd door een vriend van haar zoon. Zij stelde dat de auto tegen haar wil door een ander werd gebruikt en dat de boete niet voor haar rekening mocht komen. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene weliswaar geen toestemming had gegeven voor de overtreding, maar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bestuurder vooraf uitdrukkelijk was verboden de auto te besturen.
Betrokkene had haar auto vrijwillig uitgeleend aan haar zoon, waardoor zij de verantwoordelijkheid over het voertuig droeg, maar niet de aansprakelijkheid had overgedragen. De zoon en de bestuurder waren samen teruggereden, wat erop wijst dat de autosleutels niet waren ontvreemd en de auto niet gestolen was. De kantonrechter concludeerde dat betrokkene onvoldoende had aangetoond dat zij het gebruik van de auto redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen.
Daarom bleef betrokkene aansprakelijk voor de overtreding. Geen omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven tot matiging van de sanctie. Het beroep werd ongegrond verklaard en de opgelegde boete van € 99,00 bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en zij blijft aansprakelijk voor de snelheidsovertreding.